Vandaag weer een artikel in het AD over het gedoe over de doorlichtingsonderzoeken. Daarin komt burgemeester Waaijer aan het woord en die geeft aan dat wijze waarop het doorlichtingsonderzoek naar Inkoop en Aanbesteding is gecommuniceerd, niet in strijd is met de regels. Er zouden, zo beweert hij,  geen termijnen zijn waarbinnen de rapporten van de doorlichtingsonderzoeken naar de raad moeten worden gestuurd.

Weer een foutje.

In de gemeentewet is heel duidelijk bepaald hoe de rapporten van zogenaamde artikel 213A -onderzoek (periodiek onderzoek door het college naar de doelmatigheid en doeltreffendheid) aan de raad bekend moeten worden gemaakt.

Artike 197 van de gemeentewet luidt immers:

Artikel 197

  1. Het college legt aan de raad over elk begrotingsjaar verantwoording af over het door hem gevoerde bestuur, onder overlegging van de jaarrekening en het jaarverslag.

  2. Het college voegt daarbij de verslagen, bedoeld in artikel 213a, tweede lid.

  3. De raad legt de in het eerste en tweede lid, alsmede de in artikel 213, derde en vierde lid, bedoelde stukken, wanneer de bespreking daarvan geagendeerd is op de in artikel 19, tweede lid, bedoelde wijze, voor een ieder ter inzage en stelt ze algemeen verkrijgbaar. Van de terinzagelegging en de verkrijgbaarstelling wordt openbaar kennis gegeven. De raad beraadslaagt over de jaarrekening en het jaarverslag niet eerder dan twee weken na de openbare kennisgeving.

Het onderzoeksrapport over Inkoop en Aanbesteding had dus in 2009 bij de jaarrekening 2008 gevoegd moeten zijn en dat over Vrijetijdsvoorzieningen en Accomodaties in 2008 bij de jaarrekening 2007.

Ik heb me altijd afgevraagd wat het woord wethouder betekent. In Zoetermeer betekent het in elk geval niet dat ze zich aan de gemeentewet houden.

Jochem den Dulk